Hij is s’avonds de hoofdpersoon in mijn fantasieën

Mijn wekker gaat en de eerste gedachte die in me opkomt, is die van het slechte nieuws. Wekenlang heb ik keihard gewerkt aan mijn scriptie. De weekenden sloot ik mezelf op in huis, de avonden na het werk, zat ik in de boeken en elk vrij uurtje wat ik had tussen het werken door, dacht ik na over betere woorden of een interessantere invalshoek.
Gisteren kwam eindelijk het verlossende en verwoestende oordeel. Het was goed, maar niet goed genoeg. En dan bedoel ik niet dat ik een paar typfoutjes gemaakt had, mijn hele visie was te beknopt en moest over.

Ik was trots op mijn werk en als ik ergens trots op ben, kan ik niet anders dan andere mensen ermee lastig vallen en ze er alles over willen vertellen. Dat betekent ook dat ik nu tegen iedereen moest vertellen dat het over moest. Mijn moeder was de eerste die ik belde en de rest heb ik een standaardbericht gestuurd.
Zo ook Stefan. Die ik al maandenlang koste wat kost probeer te ontwijken. Dat ik hem niet spreek, betekent niet dat ik niet veel aan hem denk en dat hij ’s avonds de hoofdpersoon is in mijn fantasieën.

Zal ik anders vanavond voor je koken?

“Jammer schat. Ik ben hoe dan ook trots op je. Je hebt keihard gewerkt.”

Het voelt een beetje als mosterd na de maaltijd. Hard gewerkt. Dat zal best, niet hard genoeg. Ik stuur terug dat ik op dit moment vooral teleurgesteld ben en even tijd nodig heb om in zelfmedelijden te verdrinken. Langzaam kom ik uit bed en kijk direct in de spiegel. Ook dat is niet echt motiverend. Ik heb donkere kringen onder mijn ogen en zie eruit alsof ik gisteren twee flessen wijn achterover heb geslagen. Ik verzamel mijn kleren bij elkaar en ben geneigd om me ziek te melden vandaag. Zo kan ik gewoon na het douchen mijn pyjama weer aantrekken en met de gordijnen dicht balen van mezelf, tot ik de hoofdpijn krijg die bij het gevoel van mijn kater past.

“Nergens voor nodig. Zal ik anders vanavond voor je koken?”

Shit, dit is een aanbod die ik moeilijk af kan staan. Eentje die ik ook helemaal niet af wíl slaan.
Stefan is één van de mensen die vaak mijn ideeën aan heeft moeten horen en ik vind het fijn om met hem te praten. Maar ik vind alles met hem fijn. Al rijden we rond in de auto en draait hij de vreselijke rapmuziek, waarvan hij volgens mij na al die jaren nog steeds niet weet dat ik er niet van hou, vind ik het nog leuk.

Net zolang tot ik niet meer kon lopen of hij niet meer kon stoten

In mijn hoofd gaan er allerlei alarmbellen af, die smoesjes verzinnen om er niet op in te gaan, maar mijn vingers hebben al getikt dat ik na mijn werk naar hem toe kom.
Het idee om mijn pyjama vandaag aan te houden is verdwenen en de lingerie en het jurkje die ik uit mijn kast vis, is net een stukje uitdagender dan mijn outfit normaal is voor een doordeweekse dag.

De dag vliegt voorbij en voor ik het weet, sta ik bij Stefan voor de deur. De geur die mijn neus binnendringt, herinnert me aan de dagen dat we naakt in huis liepen, seks hadden, sliepen, aten en het riedeltje weer opnieuw begonnen. Net zolang tot ik niet meer kon lopen of hij niet meer kon stoten.

Nu weet ik niet precies wat ik hier kom doen. We kunnen heel moeilijk zonder elkaar, maar ons samenzijn is ook niet wat het hoort te zijn. Het enige wat we echt niet kunnen, is elkaar loslaten.
Hij opent de deur en zijn glimlach, zorgt voor een schok door mijn lichaam, die ik het liefst negeer.

Ongemakkelijk geven we elkaar een omhelzing en pakt hij mijn jas aan. Ik strijk mijn haar glad en ben blij te zien dat mijn wallen iets zijn afgenomen. Wanneer mijn jas op de kapstok hangt en ik mijn laarzen uittrek, pakt hij me vanachter.

Zijn blik gaat naar mijn lippen en als reactie, lik ik aan mijn onderlip

‘Kom, eerst nog even een goede knuffel.’ Dat laat ik me geen tweede keer zeggen. Ik grijns en kom met mijn laars half aan, overeind. Ik sla mijn armen om zijn middel en hij pakt me beet. Een tijd lang staan we zonder iets te zeggen, verstrengeld in elkaar, terwijl ik probeer mijn hartslag onder controle te houden. Ik snuif zijn geur op, alsof het mijn verloren bezit is, dat ik eindelijk weer te pakken heb. Langzaam maak ik me los en kijk in zijn groene ogen. Zijn blik gaat naar mijn lippen en als reactie, lik ik aan mijn onderlip. Hij drukt een snel kusje op mijn neus en laat me plots achter.

Met een bonzend hart, trek ik mijn laarzen uit en loop naar de keuken. De eettafel is gedekt en in het midden heeft hij een kandelaar aangestoken. Er staat een fles wijn op tafel en ik glimlach. Alsof ik heel even vergeten was, hoe attent hij altijd is.
‘Het ruikt heerlijk.’
‘Ik heb je favoriete maaltje gemaakt.’

Onder het eten kletsen we heel wat af en voor we het weten is de fles wijn leeg. Ik voel me licht draaierig van de drank en mijn oren gloeien. Hoe hard we ook proberen ons normaal te gedragen, de spanning vult de hele kamer.

Hij draait me om en ik kan geen kant op

We bespreken mijn scriptie en hij komt met goede ideeën. Hij zorgt ervoor dat ik me niet meer rot voel en zorgt zelfs voor nieuwe motivatie. Maar op dit moment kan die hele scriptie me gestolen worden. En alle grenzen die ik voor mezelf heb opgesteld ook.
‘Heb je nog meer wijn?’ vraag ik, terwijl ik zelf op zoek ga naar het antwoord in de koelkast.
Ik voel dat hij me volgt en hij duwt de koelkastdeur dicht, voor ik hem open kan trekken. Hij draait me om en ik kan geen kant op.

Met zijn hand streelt hij mijn gezicht en ik voel mijn lippen tintelen van verlangen.
De warmte, de wijn en mijn eeuwige honger naar hem, winnen het van mijn verstand. Ik grijp zijn hand en breng zijn vinger naar mijn mond. Terwijl ik hem aan blijf kijken, lik ik aan zijn vinger en zuig er hard op. Mijn andere hand glijdt over zijn broek en de bolling die ik voel, geeft precies de reactie die ik wilde hebben.

Cynthia

Schrijfster van erotische verhalen.

Leave a Comment

0